Lange schaduwen in het gele gras
“Lange schaduwen in het gele gras” is een roman uit 2025. Iedereen neemt iets uit het verleden mee, zelfs degenen die beweren dat zij in het heden leven, niet in de toekomst, en niet terugkijken naar het verleden. Daarbij slaat men voor het gemak over, dat het verleden van jou de mens heeft gemaakt die je in het heden bent en die jij meeneemt naar de toekomst.
Het verleden blijft als een schaduw aan jou plakken, hoe hoog je ook springt, hoe je ook door de nacht sluipt: de schaduw die met het passeren van jaren groeit, is altijd bij je.
Lange schaduwen in het gele gras is onderhevig aan copyright. ©Y Janssens
Lange schaduwen in het gele gras
NB De voorafgaande hoofdstukken staan op het volgende tabblad. Klik op het driehoekje naast "Lange schaduwen" hierboven.
25. Vita
Haar hoofdpijn was verdwenen. Ze vroeg zich af waarom de politie het op haar had gemunt. Eerder in het jaar was Floor uit haar leven gerukt en ze moest toegeven dat dit pijnlijker was dan ze had verwacht. Ze waren uit elkaar gegroeid, lang voor het incident in Mexico. Vita meende dat Floor niet met haar was meegegroeid. Schrijvers hebben het probleem in een cocon te leven, een eigen wereld op te bouwen, een eigen bestaan waarin de karakters uit hun boeken leefden. Zo was dat ook bij Floor het geval en zij was bij lange na niet de enige daarin. Schrijvers waren hele vreemde wezens.
De pijn die zij voelde bij het verliezen van Floor, werd verzacht door de gedachte aan Mischa. Zij gaf haar het gevoel dat het bestaan zin had, dat ook zij meetelde in het leven. Bij Floor had ze zich als een hondje gevoeld die af en toe een aaitje kreeg als het baasje daar zin in had. Hoewel Floor fantastische boeken schreef die zij in éen zitting kon verslinden, was samenwonen met haar geen pretje. Boeken kwamen bij Floor altijd op de eerste plaats, altijd, niet de mensen. Heel eventjes, een paar weken in het begin van hun relatie, leek het erop alsof zij het belangrijkste in Floor’s leven was. Dit gevoel ebde, helaas, vlot weg. Wanneer precies kon ze zich niet meer voor de geest halen, maar het was wel voordat zij Mischa leerde kennen.
Achteraf gezien in een moment van zelfreflectie, in een waas van pseudo-psychologisch inzicht dat op niets was gebaseerd, kwam ze erachter dat Floor haar in zeker zin naar Mischa had gedreven. Want door haar mentale afwezigheid wanneer zij, Vita, aandacht wilde, ontving zij dit niet. Floor gaf de indruk naar haar te luisteren, maar onderwijl vertelde haar starende blik dat conversaties van haar nieuwste verhaal door haar gedachten flitsten.
En toch was er ook een andere kant aan Floor. Soms kwam zij langs om haar op te halen van de bibliotheek. Dat was een lief gebaar. De allereerste keer dat zij dit deed, zag Vita haar en Mischa kort in gesprek. Floor’s donkere blik hierna sprak boekdelen dat het gesprek niet een aangename was.
Later had ze aan Mischa gevraagd wat zij en Floor bespraken. Heel even vloog er een glimlachje rond Mischa’s mond. Ze stak een sigaret op en zei dat zij Floor had gevraagd om in de bieb een middag voor te komen lezen. Dit werd met een korte “nee” beantwoord.
‘Dat kun je nauwelijks een gesprek noemen. Je weet dat ik al geen fan ben van fictie’, zei ze, haar blik naar Vita draaiend, ‘en deze kennismaking met madame Floor heeft het er niet beter op gemaakt.’
Vita had sorry gezegd, sorry namens Floor die voor haar eigen nurkse gedrag zelf nooit sorry zou zeggen.
Als zij heer eerlijk was, moest Vita bekennen dat Floor niet als degene aangewezen kon worden die de breuk in hun relatie had veroorzaakt. Dat was zij zelf geweest. Zij was niet meer het klankbord voor Floor’s ideeën. Deze plaats werd door Floor’s agent ingenomen. Hoewel zij zelden iets toe te voegen had aan deze ideeën, voelde zij zich desondanks verongelijkt om gepasseerd te worden. Ook dat was iets dat de almaar brozer wordende lijn van hun relatie verder wegschuurde.
Op een gegeven moment deelden zelfs het bed niet meer. Floor werkte ’s nachts om niet afgeleid te worden en sliep overdag op de bank in haar werkkamer of in bed als Vita naar het werk was.
Dit nam niet weg dat zij uiterst vriendelijk tegen elkaar bleven, zoals stellen in de regel doen zodra beiden door hebben dat de relatie ten einde loopt. Waarom ze niet uit elkaar gingen, was omdat Floor daar geen tijd en energie in wilde steken.
Het gevolg van samenblijven was, dat zij een punt bereikten waarop zij zich nauwelijks meer met elkaar bemoeiden. Soms ging Vita mee naar het buitenland als Floor signeerreisjes maakte om een boek te promoten. Dan namen ze aparte kamers in de hotels. Het ging heel beleefd. Floor gaf als reden op dat zij na uren in een boekwinkel te hebben doorgebracht daarna nog wilde werken. Ze zou Vita storen met haar heen en weer geloop, en het hardop uitspreken van de conversaties van haar karakters. Vita accepteerde dit zonder meer, het was makkelijker zo. Ze bracht de avonden in de bar van het hotel door en flirtte met andere vrouwen die haar het gevoel gaven dat ze die leeftijd nog niet gepasseerd was.
Echter, toen Floor kwaaltjes begon te krijgen en een onverklaarbare vermoeidheid haar aan het bed gekluisterd hield, maakte Vita zich oprecht zorgen om haar. Dat was het moment waarop de trip naar Mexico in beeld kwam.
Hoewel Vita er meer naar verlangde om Mischa’s ademhaling te horen, om in haar nabijheid te zijn, haar bij zich te hebben als haar hersens te moe waren van het vele denken, om met haar te eten en te lachen in een restaurant, en schouder tegen schouder te zitten in een theater, was ze geshockeerd toen ze Floor dood in die hangmat vond. Ze was nog niet koud, maar het leven had haar al verlaten. Haar lippen waren als craquelé zo broos en haar huid droeg een geelachtige tint.
Op dat ene moment, het vinden van het levenloze lichaam van de vrouw aan wie zij drie jaar van haar leven had gegeven, vlogen allerlei gedachten door haar hoofd. De voornaamste ging over haarzelf en hoe haar leven vanaf nu zou lopen.
Het was een egoïstische gedachte, eentje waarvoor ze zich misschien zou moeten generen, maar dat deed ze niet. Net zoals de kinderen van een vijfentachtigjarige vader die stervende in een ziekenhuisbed ligt en zij staan te wachten op zijn einde, had Vita ongeduldig op iets gewacht met Floor. Iets. Maar wat? Misschien hetgeen dat zij in de hangmat zag. Hoewel dit scenario maanden eerder even de revue had gepasseerd, liet zij dit links liggen. Ze wenste Floor niet dood. Wat ze wel wenste, was deze relatie op een manier tot een eind te kunnen brengen zonder dat zij hieraan schuldig was, zonder dat zij haar luizen leventje ervoor hoefde op te geven.
Zo staand naast de hangmat realiseerde zij zich ineens dat dit misschien niet de aardigste manier was, maar wel een juiste oplossing van haar probleem. Het was een natuurlijk moment om een relatie met een ander te kunnen beginnen. En die ander was Mischa.
Ze kleedde zich aan om naar de bieb te gaan. Ze wilde Mischa spreken en weten waar ze stond, wat ze kon verwachten van haar. Momenteel was daar geen pijl aan te trekken.
De laatste keer dat ze beiden dezelfde dienst hadden gehad, was Mischa uiterst beleefd tegen haar geweest. Alle warmte van hun samenzijn was naar de achtergrond geschoven, een kleedje dat opgerold onder de centrale verwarming was geschopt. Buiten, zittend op de bank, Mischa rokend naast haar, louter een reactie gevend als Vita iets vroeg en verder zwijgend voor zich uit staarde. Dat was wat er momenteel voor intiem doorging. Na het uitmaken van haar sigaret was Mischa opgestaan en naar binnen gegaan, zonder een woord te zeggen. In de wereld waarin zij voorheen leefden, zou zij op haar gewacht hebben. Die wereld was er niet meer. Ze nam zich voor daar verandering in te brengen.
Met deze gedachte huppelde ze de trap af, juist toen de voordeurbel tingelde. Zonder er bij stil te staan waarom, keek ze naar de klok. Het was tien over negen.
Die Indiase politieman stond voor de deur met achter hem een jonge vrouw, ook van de politie, vermoedelijk.
‘Ja?’, vroeg ze, van de éen naar de ander kijkend.
‘Mevrouw Hartman, u wordt gearresteerd op verdenking van de moorden op Cor van Velzen en Rutger van Velzen’, zei Jamareon.
‘Hoe kom je daar nou bij?’, vroeg ze met een lach vol ongeloof.
Hij deed een stapje opzij om zijn collega langs hem heen te laten gaan. Zij pakte Vita bij de arm en nam haar mee naar buiten.
‘Ik wil eerst m’n advocaat bellen.’
‘Dat kan op het bureau’, zei Laura.
‘Waanzin. Pure waanzin.’
Ze liet zich onwillig maar rustig naar de politieauto leiden. Pas toen ze achterin zat, begreep ze dat ze zich ook nu weer in een situatie bevond waaruit ze moest zien te ontsnappen.
*