Feuilleton
De afgelopen maanden hebben liefhebbers van mijn vertelsels gevraagd waarom ik geen boeken meer uitbreng. Da's heel eenvoudig: dat gedoe van reclame maken, de pers aanschrijven en al het verdere gelazer dat met publicaties gepaard gaat, werd mij te veel. Ik ben een schrijfster die wil schrijven en niet iemand van wie verwacht wordt dat ze er allerlei andere dingen omheen gaat doen. Dat vreet namelijk aan mijn schrijftijd.
Om de lezende mens tegemoet te komen, heb ik besloten om mijn verhalen in feuilletonvorm elke donderdag op deze site te zetten, te beginnen met éen van mijn recentste novellen. Op deze manier kun je ze toch lezen en kan ik verder gaan met wat ik het liefst doe, namelijk schrijven.
Feuilleton Pagina 42, dec 2025
Pagina 42 is een roman die in 2018 is gepubliceerd. Het betreft een fictieve tweedehandsboekwinkel in Alkmaar. Jasmijn werkt daar sinds kort met haar college Haaye, die louter in de boekwinkel werkt zodat hij heel de dag kan lezen, en Marleen, die de boekwinkel een paar jaar eerder heeft overgenomen.
De winkel loopt zoals de meeste panden waarin boeken verkocht worden: moeizaam, totdat Jasmijn voor de deur omver wordt gelopen door een paar mannen die elkaar achterna zitten, en niet op een vriendelijke manier. Wat hierna volgt, zijn inbraken, dreigementen, misverstanden, en een dooie in de gracht. Oh, en veel hilariteit, natuurlijk.
Pagina 42
14.
Wat er na haar wc escapade gebeurde, zou Marleen nooit te weten komen. Ze vond het, echter, een goed teken dat ze in haar eigen bed wakker werd. Hoewel haar hoofd zeer deed, had de wodka veel goed gedaan voor haar knie. Ze boog beide benen. Haar knie voelde nog stram aan maar een stuk minder gevoelig dan de dag ervoor.
Ze rekte zich uit. Haar elleboog ontmoette een object dat er normaliter niet was. Opzij kijkend, zag ze Sonia’s gezicht op het kussen, de blonde haren in de war.
‘Shit’, mompelde ze zacht, maar niet zacht genoeg. Sonia opende haar ogen op hetzelfde moment dat zij uit bed probeerde te glippen.
‘Goedemorgen, lieverd’, zei ze.
‘Ja. Hallo.’ Marleen was naakter dan ze ooit had verwacht te kunnen zijn zonder kleding. Ze keek naar zichzelf en nam zich voor de rest van de dag onder het dekbed te blijven.
‘Alles goed met je?’
‘Uh-huh.’ Verward bleef ze stil. Sonia eveneens. Na een aantal seconden vroeg ze uiteindelijk: ‘Eh, wat doe jij eigenlijk in mijn bed?’
‘Slapen. Ik heb je gisteravond naar huis gebracht. Weet je dat niet meer? Je was op de wc in het café in slaap gevallen. Ik heb je eraf gehaald en naar huis gebracht. Onderweg begon het te regenen en wilde je aan een lantarenpaal hangen om te zingen -waar dat ook goed voor was.’
Het hoofd van Marleen was compleet leeg van al deze gebeurtenissen.
‘Ik schijn nogal een feestbiggetje te zijn zonder dat ik er zelf erg in heb’, merkte ze op.
Sonia lachte, Ze had een tinkelende lach; zo’n lach die aan dauwdruppels deed denken.
‘Dat was je zeker’, gaf ze toe. ‘En omdat het zo hard regende, zei je dat ik bij jou kon blijven slapen.’
‘En dat heb je dus gedaan.’
‘Dat hebben we dus gedaan.’
Marleen keek haar vluchtig aan, niet zeker wat zij hiermee bedoelde.
‘Hebben wij...’, begon ze, bedacht zich en zei: ‘Hoe laat is het?’
‘Tien over negen.’
‘Oh got, de winkel is al open.’
‘Ik moet ook weer weg.’
Sonia sprong het bed uit en zocht haar kleding bijeen. Marleen wilde niet naar haar kijken, maar kon het niet laten. Ze vond dat Sonia wel heel erg makkelijk met haar eigen naaktheid omging, gezien de manier waarop ze bukte om haar sokken op te pakken terwijl ze babbelde over hoe ze van de avond genoten had en dat ze het vooral nog een keertje moesten doen.
Ze was snel in de kleding en terwijl ze met haar vingers door het haar woelde, keek rond of ze iets was vergeten.
‘Hee, ik zie je vast weer’, zei ze als groet voordat ze de kamer uitging en de trap af drentelde.
Jasmijn keek op toen ze voetstappen op de trap hoorde. Ze was zelf nog maar net binnen. Met haar hand op de rugleuning van haar stoel zag ze een blonde vrouw de trap afkomen.
‘Doei’, groette Sonia haar.
‘Ehh, dag dan’, groette ze terug.
Haaye keek over de rand van zijn boek en toen de deur achter Sonia sloot, ging zijn blik door naar Jasmijn.
‘Wie was dat?’, vroeg hij. ‘Eén van jouw sloeries?’
‘Deze is van Marleen.’
‘Ah... Wacht effies: Marleen?’ Hij begon te lachen. ‘Mijn hemel, en ik maar denken dat ze net als de bruid van Frankenstein een elektriciteitskabel in d’r reet moet hebben om er leven in te krijgen.’
‘“Zij” hoort alles wat jij zegt’, grauwde Marleen hem toe, voorzichtig de trap aflopend, ‘dus een bonus kun je dit jaar ook wel weer vergeten.’
‘Zelfde verhaaltje als elk jaar.’
‘Wie was dat nou?’, vroeg Jasmijn. Ze kon een brede grijns niet onderdrukken.
‘Ze heeft me gisteravond naar huis gebracht omdat ik niet in staat was dat zelf te doen.’
‘Gezopen, dame?’, vroeg Haaye.
‘M’n knie’, zei Marleen fel tegen hem. ‘M’n knie, meer niet. Heeft iemand een aspirientje voor me?’
Ze greep haar hoofd beet toen de laatste tree te vroeg kwam en ze met een bonk op de vloer stapte.
‘Tegen kniepijn, zeker.’
‘Ik heb er wel eentje voor je.’
Jasmijn rommelde in het voorvakje van haar tas waar ze allerlei prullaria en medicijnen hield, en liep met een krom stripje paracetamol naar Marleen. Haaye bracht een glas water. Marleen pakte het glas maar toen zij de paracetamol wilde pakken om het met water door te spoelen, zei Jasmijn, dat ze beter eerst het glas leeg kon drinken en de paracetamol met koffie in nemen.
‘Werkt dat tegen kniepijn?’, vroeg ze.
‘Da’s de beste remedie tegen kniepijn.’
Terwijl ze met kleine slokjes het glas water leegdronk, schonk Haaye koffie voor haar in. Ze nam het zwart en spoelde het paracetamolletje naar binnen.
‘Nu nog wat vitamientjes en je bent weer de oude’, merkte Jasmijn op.
‘Ik heb boven nog wat perssinaasappelen liggen’, zei Marleen.
‘Ik kijk wel.’ Haaye liep met drie treden tegelijk naar boven.
‘De pers staat in... geen idee; in één van de kastjes. Zoek maar’, riep ze naar boven.
Ze schoof een paar boeken opzij en ging op de tafel bij Jasmijn zitten.
‘Wat was dat nou, die blonde?’, vroeg deze zacht.
‘Dat was Sonia. Da’s die vrouw die mij hielp toen ik op m’n knie was gevallen. En gisteravond was ze in de Babbeldoos toen Inge en ik er waren. Heel gezellig. Ik had wat teveel op en zij heeft me naar huis gebracht.’
‘En dat is alles?’
Jasmijn keek haar lang aan. Marleen veegde haar haar naar achteren en behield een neutrale blik.
‘Geen idee’, zei ze toen. ‘Ik werd vanmorgen wakker en ze lag naast me in bed, allebei naakt.’ Ze grinnikte. ‘Ik kan de beste nacht van m’n leven hebben gehad en herinner me er geen ene bal van.’
‘Da’s balen, zeg. Komt er nog een vervolg, denk je?’
‘Ik hoop het niet.’
‘Misschien als je wel kunt meemaken de volgende keer.’
‘Nee, dankjewel. Ze is erg lief, maar ik ben uitermate tevreden met mijn alleen zijn, en geen man of vrouw die daarin verandering kan brengen.’
‘Jammer. Ik zou graag bruidsmeisje op jouw huwelijk willen zijn. Overigens, even wat anders: heb jij mijn boeken verzet?’
‘Wat, hier bedoel je?’ Na Jasmijn’s bevestigende knik, zei ze: ‘Dit is de eerste keer dat ik hier ben. Misschien gisteravond, maar dat kan ik me niet herinneren. Ik heb alleen gehoord dat ik in de regen aan een lantarenpaal hing en aan het zingen was als Gene Kelly. Dat moet aardig gênant zijn geweest.’
‘Ik heb ooit eens een vriendin gehad die tapdanste toen we op de bus stonden te wachten. Als je gênant wilt hebben, zul je toch een aantal extra troeven op tafel moeten smijten.’
‘Jij wint. Maar om antwoord op jouw vraag te geven: voor zover ik weet, heb ik niet aan jouw stapels gezeten. Hoezo, mis je iets?’
‘Nee, dat niet, maar ik heb de stapels altijd op een bepaalde manier met een bepaald aantal boeken.’
‘Jus d’orange.’ Haaye kwam de trap af, een vol glas sinaasappelsap voor zich houdend. ‘Vers geperst uit de droogste sinaasappels die ik in tijden heb gezien. Ik heb heel de fruitmand leeggeplunderd om een glas vol te kunnen krijgen.’
‘Heb jij aan mijn stapels gezeten?’, vroeg Jasmijn aan hem.
Hij overhandigde het glas aan Marleen, veegde zijn handen aan zijn broek af en keek naar de tafel.
‘Nee’, zei hij, gevolgd door: ‘Of toch wel. Vanmorgen zag ik een boek voor de tafel liggen en ik dacht dat ie van een stapel was afgegleden, dus heb ik het teruggelegd. Op de verkeerde stapel, zo te horen. Wel alles opdrinken, Mar.’
‘Ik ben bezig, rustig maar. Hoe kan dit werken tegen kniepijn, als ik van al dat vocht naar de wc moet lopen?’
‘Hoezo?’, vroeg Haaye.
‘Hoezo wat?’, vroeg Jasmijn terug.
‘De stapels; mis je een boek?’
‘Nee, maar de stapels kloppen niet meer.’
‘Pardon?’
‘Ik maak altijd stapels van dertien. De meeste stapels zijn nog zo, maar ik heb er nu ook eentje van tien en vijftien en elf. Zo kom ik niet op dertien uit.’
‘Waarom niet zeventien?’, vroeg Haaye.
‘Te hoog voor de tafel. Die staan tegen de wand, zeventien en drieëntwintig.’
‘De paperbacks thuis in mijn kast zijn meestal drieëntwintig.’
‘Alleen maar meestal?’
‘De dikkerds negentien en de hele dunne negenentwintig.’
‘Mooi.’
‘Wat is er met die getallen?’, vroeg Marleen.
‘Da’s pas zuiver boekhouden’, zei Haaye tegen haar. ‘Je weet altijd wat waar staat en waarom. Heel belangrijk.’
‘Ik ga naar de wc; ook belangrijk.’ Ze stond op en liep van de tafel vandaan. Zich omdraaiend, zei ze: ‘Merkwaardig genoeg voelt mijn knie een stuk beter aan na al deze drankjes.’
‘Dat zei je gisteravond vast ook tegen haar.’ Haaye liep lachend terug naar zijn fauteuil.
15.
De avonden werden korter, de dagen warmer. Hoewel de zon nog maar even boven de duinen uitpiepte voor ze onderging, liet Lotte de parasols op het balkon staan. Het gaf haar een comfortabel gevoel, een gevoel van geborgenheid.
Ze was die zaterdag uit Duitsland terug gekomen, zonder kater, had zich omgekleed en ging na het avondeten het balkon op. Met de zeewind op haar gezicht voelde ze zich weer een beetje mens worden.
Ze keek naar de buren aan de overkant. De getrouwde hetero nicht kwam naar buiten in zijn te strakke en te korte broek. Hij liep de parkeerplaats over naar het restaurant, ging naar binnen om een paar tellen later het terras op te lopen met een groot glas bier in zijn handen. De Praxispot op de tweede verdieping zat met een aantal vrouwen op het balkon. Het zou of een gezellig orgie-achtig avondje worden, of ze zaten de essentie van Woeste Hoogten te bespreken om rond half tien naar te huis gaan.
Ze keek op toen Jasmijn naar buiten kwam met de drankjes.
‘Ik heb dark & stormy voor ons gemaakt’, zei deze, de glazen neerzettend.
‘Oee, lekker.’
‘Als tegenhanger van het weer.’
Ze ging terug naar binnen om de snacks te halen. Lotte zette haar voeten tegen de reling en keek naar de buren recht tegenover hen. De tuin zat vol met mensen.
‘Lekker druk aan de overkant’, zei ze toen Jasmijn ging zitten.
‘Klopt. Ik kwam haar vanmiddag tegen en ze zei dat ze een wijnproeverij hebben vanavond.’
‘Wijnproeverij. Doe maar duur. Gezondheid.’
‘Proost.’ Ze tikten hun glazen tegen elkaar en namen een slok.
‘Whoow, met zo’n dark zal stormy hopelijk niet al te gauw volgen.’ Ze nam nog een slok, gevolgd door een handvol borrelnootjes. ‘Ik kan’, begon ze en stopte om de laatste paar noten weg te slikken, ‘totaal niet tegen dat fenomeen wijnproeven. Kenners: a la, maar al die onbenullen die aan hun glas snuiven en proeven en dan tip-tip-tip-tip doen als ze het over hun tong slurpen. Parvenu gedoe.’
‘Misschien zijn ze dat gewend in Brabant’, merkte Jasmijn op.
‘Lieverd, in Brabant hebben ze nog maar net de beugelflesjes van Grolsch ontdekt, dus laten we ze alsjeblieft niet gek maken met een hogere klasse drank als wijn. Oee, kijk: de verhuisdoos heeft ook weer eens aan de wijn gesnoven. Pas op voor de hoge stoep, meid.’
De verhuisdoos was de bijnaam voor een vrouw van hun leeftijd, die het leven met een korreltje zout en veel tequila nam. Beide keken naar beneden waar de doos met zwengelende benen haar hondje uitliet. Tijdens het lopen omklemde ze elke lantarenpaal die ze ontmoette totdat ze een bankje bereikte waarop ze onelegant kon neerploffen.
‘Het is zo heerlijk om weer thuis te zijn.’ Ze leunde terug tegen het rugkussen en plaatste haar voeten weer op de reling.
‘Heeft die stalker van jou het overigens nog lang volgehouden?’
‘Nee, niet heel de reis. Beetje jammer. Ik denk dat het een Keulse stalker is, want hij-zij-het bleef me overal in het zuid-westen achtervolgen. Toen ik eenmaal in Berlijn was, zag ik ‘m niet meer. Maar in Berlijn zijn zoveel kleurrijke mensen, dat het me nauwelijks opgevallen zou zijn.’ Ze pakte Jasmijn’s hand en hield het vast, strengelde hun vingers. ‘Hoe is jouw week geweest?’, vroeg ze toen.
‘Kabbelend. De éen of andere vrouw hield mij voor iemand die ik niet was.’
‘Lopen er nog meer van jou rond dan?’
‘Waarschijnlijk wel. In elk geval denkt die vrouw dat dit zo is. Wat nog meer... Oh ja: de politie is langs geweest om vragen te stellen over de Pool die dood is gevonden. Herinner je je dat nog?’ Lotte knikte. ‘Marleen is op haar knie gevallen voor het politiebureau toen iemand haar tas probeerde mee te jatten en een mooie blonde heeft haar overeind geholpen.’
‘Toe maar.’
‘En...’
‘Wacht: ik dacht dat je zei, dat de politie was langsgeweest.’
‘Klopt. Eerst ging Mar naar het bureau en later zijn ze langs gekomen om verdere vragen te stellen. Ze hadden het over een Pools boek van de overleden man.’
‘Zijn ze in elk geval op de juiste plek in Pagina 42.’
‘Dat dacht ik ook. Alleen hebben Haaye en ik oom agent afgezeken waardoor ze er flink de pest in hadden en dreigden ons in de boeien te slaan vanwege belemmering van werkzaamheden van een ambtenaar in functie of soortgelijke wollige taal.’
Lotte lachte, zei toen:
‘Je was daar uiteraard enorm van onder de indruk.’
‘Vanzelfsprekend. Ik heb hen gewezen over het verbreken van artikel 461 WvS omdat éen van die knapen zonder toestemming de ketting weghaalde die de woning van Marleen afschermt van het winkeldeel.’ Ze nam een slok en knikte. ‘Het was wel weer lachen.’
‘Spannende aangelegenheid allemaal.’
‘Het mooiste komt nog: Marleen ging uit drinken met Inge, die vrouw die de antiekwinkel verderop heeft -heb ik jou daar al van verteld? In de Babbeldoos, het café waar ze waren...’
‘Die ken ik wel. Gezellige drukte altijd.’
‘...zal wel; geen idee. In de Babbeldoos kwamen ze die blonde tegen, die vrouw die haar had geholpen, en de volgende morgen zien Haaye en ik haar, die blonde dus, doodleuk de trap aflopen, de winkel doorlopen, dag zeggen en vertrekken.’ Lotte lachte luid. ‘Wat zo grappig is, is dat Marleen de avond ervoor straal bezopen was en er geen idee van heeft of ze nu wel of niet interessante dingen met dat wijf heeft gedaan.’
‘Fantastisch, dit. Daar drink ik op.’ Lotte hief nogmaals het glas, nam een flinke slok drank en vouwde toen haar handen achter het hoofd. ‘Heeft Marleen naar sapphisme neigende trekjes?’
‘Geen flauw idee. Ze zei me, dat ze het alleen zijn prefereert en dat vrouw noch man hierin verandering kan brengen.’
‘Totdat ze iemand tegenkomt die haar clit op de juiste wijze aanraakt en dan kun je haar van het plafond afschrapen.’
‘Misschien is dat die blonde wel.’
‘Ik hoop het voor Marleen.’ Ze nam een handvol borrelnoten. ‘Oh, kijk, die nicht van de overkant heeft gezelschap op het terras.’
‘Hij is geen nicht.’
‘Zeker weten dat hij er wel eentje is.’
De avond was warm en behaaglijk. Het beloofde een mooie zomer te worden.
16.
Marleen zag Sonia de verdere week niet meer en haar opgelaten gemoed bedaarde tot een acceptabele vorm. Later in de week was ze naar de Babbeldoos gegaan, op zoek naar haar wandelstok. Het was van Inge en ze zou er zwaar de pest in hebben als zij deze was kwijtgeraakt. De barman had de stok achter de bar hield het naar haar omhoog.
‘Er zijn nog eerlijke mensen op deze wereld’, zei hij toen hij het haar overhandigde.
‘En gelukkig komen ze allemaal hier drinken’, zei ze met een knipoog. ‘Bedankt, Bram.’
‘Kan ik nog wat voor je doen?’
Haaye keek over het boek heen naar Marleen die tegen de deurpost geleund stond en mijmerend naar buiten staarde.
‘Nee’, zei ze zonder om te kijken.
‘Dan ga ik maar naar huis.’ Ze keek naar de klok. Het was tien voor zes. Ze had er geen idee van, dat het al zo laat was. ‘Of zal ik afsluiten?’, vroeg hij nog.
‘Nee, ga maar; dat doe ik wel.’
‘De kas is al gedaan.’
‘Goed, dank je.’
‘Fijn weekend, Mar.’
‘Jij ook, en doe de groeten aan je moeder.’
‘Joo.’
Hij haalde zijn fiets van het slot en reed bij de winkel vandaan. Ze bleef nog wat langer staan voordat ze naar buiten ging om de kasten met ramsj naar binnen te duwen.
Het was lekker weer. Misschien dat ze naar Egmond kon rijden om wat te gaan eten aan zee. Nu het nog redelijk vroeg in het jaar was, zou het daar niet al te druk zijn, ondanks het zonnige weer.
Na de laatste kast binnen gebracht te hebben, sloot ze de deur en liet de luxaflex zakken. Het bleef scheef hangen en ze rommelde met de touwtjes om het goed te krijgen. Toen dit eenmaal was gelukt en de luxaflex recht hing, werd er aan de deur geklopt. Ze negeerde het. Tot haar irritatie bleef het kloppen aanhouden. Ze schoof de luxaflex opzij om de klopper op het bordje “gesloten” te wijzen en zag het lachende gezicht van Sonia. Ondanks haar vastbeslotenheid om alleen door het leven te gaan, ondanks allerlei andere voornemens die zij deze week had genomen, merkte ze dat haar adem ineens stokte bij het zien van deze vrouw. Ze liet de luxaflex vallen en opende de deur.
‘Hee, hoe gaat het met je?’, vroeg Sonia.
‘Goed, en met jou?’
‘Heel goed nu ik jou weer zie.’ Ze bleef voor de deur staan zodat Marleen deze uiteindelijk verder opende om haar naar binnen te laten. ‘Ik wilde net uit eten gaan en dacht of jij misschien zin hebt om mee te gaan.’
‘Ehh, ja, waarom eigenlijk niet.’ Marleen glimlachte vergoelijkend om haar aarzelende reactie vriendelijker te doen lijken. ‘Ik dacht er zelf ook net aan.’
‘Mooi. Waar wil je naartoe gaan? Heb je al een restaurant in gedachten?’
‘Nog niet, nee.’
Sonia liep langzaam door de winkel en keek in het rond. Automatisch sloot Marleen de deur en deed het op slot.
‘Het is zo heerlijk rustig hier; komt vast vanwege de boeken.’
‘En dat m’n personeel naar huis is.’
‘Heb je deze winkel al lang?’
‘Zo’n jaar of zes.’ Ze ging op de boekenkast zitten. Hoewel haar knie weer een stuk beter voelde, was het nog niet in orde. ‘De vorige eigenaar was op leeftijd en wilde het van de hand doen, en ik wilde toevallig iets anders met mijn leven doen. Dit is het resultaat.’
Ook haar eigen blik ging door de winkel maar ditmaal keek ze met de ogen van een buitenstaander. Het beviel haar hoe de winkel eruit zag. Het had een ingeleefd gevoel zonder dat het slordig was, en er zaten weinig openingen tussen de boeken in de kast. Ondanks zijn dagelijkse leesmarathon deed Haaye goed zijn best om de winkel een goede uitstraling te geven.
‘Heb je ook boeken over Kroatië?’ Sonia keek haar over haar schouder aan.
‘Bij de buitenland sectie’, zei ze wijzend. ‘Als je doorloopt en naar links gaat, sta je er recht voor.’
Ze deed wat haar werd gezegd en verdween uit zicht. Om wat te doen te hebben, keek Marleen in de lades van het bureau. Er lag louter wat los geld in het bakje; het papiergeld had Haaye al boven gebracht. In de andere la lag een NRC van drie weken geleden, een pak speelkaarten, een paar pionnetjes van “Mens erger je niet” dat zij en Haaye met de kerst hadden gespeeld, en een aansteker, een doos koffiefilters en een aantal bakjes gecondenseerde melk.
‘Weet je...’ ze schrok op toen Sonia plots aan het bureau stond ‘...we kunnen ook wat bestellen en hier opeten. Hoeven we niet naar buiten en kunnen we elkaar wat beter leren kennen.’
Mmh, dacht Marleen, ik heb jou naakt gezien, dus anatomisch gesproken valt er niet veel meer te leren kennen. Hardop, echter, zei ze:
‘Is ook goed.’
‘Leuk.’ Sonia glimlachte breeduit. ‘Chinees of Italiaans.’
‘Geef mij maar een pizza, vier kazen.’
‘Nog iets te drinken?’
‘Dat kan ik van boven halen. Wat wil je hebben?’, vroeg ze toen Sonia haar mobiel tevoorschijn haalde.
‘Heb je cola?’
Ze knikte en liep de trap op. In de keuken pakte ze twee longdrink glazen, deed er wat ijs in en vulde er eentje met cola en de andere voor de helft met wodka en de andere helft met een energie drankje. Voordat ze de wodka wegzette, nam ze er eerst een grote slok uit. Het spul brandde in haar borst maar ze vond dat ze dit verdiend had na deze turbulente week. Ze hoorde Sonia de trap oplopen en pakte de glazen van het aanrecht op.
‘De woonkamer is rechts’, zei ze, ‘of links voor jou.’
Ondanks dat de woonkamer was gevuld met boekenkasten, was het een lichte, heldere omgeving. De grote ramen lieten veel licht toe en hoewel er voor de twee zijramen luxaflex hing, was deze bontgekleurd zodat het eerder wat van een schilderij weghad dan raambedekking.
‘Wat een leuke kamer is dit’, complimenteerde Sonia haar. Ze was eerder in het huis geweest maar niet verder gekomen dan de slaapkamer.
‘Dank je. Ga maar zitten.’
Ze zette de glazen op tafel en wachtte totdat ze zat, nam toen tegenover haar plaats.
‘Ik heb de pizzeria gebeld. Ze komen over twintig minuten langs.’ Ze pakte haar glas op en hield deze op naar Marleen. ‘Proost.’
‘Gezondheid’, proostte Marleen terug en nam een grote slok uit haar glas.
‘Je woont echt leuk hier.’
‘Dit huis kwam bij de winkel. Ik ben er blij mee.’
‘Geen partner om mee te delen?’
‘Nee. Ik voel me prima zo. Jij?’ Ze schudde het hoofd. ‘Wat voor werk doe je?’
‘Ik heb nog geen werk kunnen vinden in Nederland, maar in Kroatië werkte ik als serveerster in een restaurant en soms ook in de keuken. Ik heb veel ervaring, maar in West Europa wordt werkervaring uit Oost Europa niet al te hoog aangeslagen. Dat is waarschijnlijk de reden, dat ik nog geen werk heb.’
‘Aarnoud, aan de overkant van de gracht, heeft een café-restaurant. Hij zit altijd om personeel verlegen. Als je wilt, kan ik hem wel vragen of hij iemand kan gebruiken. Nu met de zomerdrukte voor de deur, zul je vast een goede kans hebben.’
‘Werkelijk? Wat lief van je.’
‘Ik zal morgen bij hem langsgaan. Hoe ben je eigenlijk in Kroatië terecht gekomen?’
‘Ik was aan het rondreizen en kwam daar, werd verliefd en ben toen gebleven. De liefde ging uit, maar de liefde voor het land groeide alleen maar.’
‘Da’s een mooi verhaal.’
Een mobiel brrpte. Met gefronste wenkbrauwen haalde Sonia haar telefoon uit haar broekzak en keek naar de beller.
‘M’n vader’, zei ze. ‘Het gaat niet zo best met mijn moeder, dus ik wil deze opnemen.’
‘Ga je gang’, zei Marleen.
Ze nam een slok drank en keek of de plantjes water nodig hadden, vulde de gieter en ging ze allemaal langs. Toen ze alles water had gegeven, was Sonia klaar met het gesprek.
‘Sorry’, zei ze, ‘maar ik moet naar mijn moeder toe.’
‘Tuurlijk, da’s belangrijker dan wat dan ook.’
‘Als je wilt, kom ik morgen weer langs’, beloofde ze. ‘Misschien kan ik dan iets voor jou koken.’
‘Da’s goed, maar alleen als het jou uitkomt.’
Ze liepen achter elkaar de trap af. Marleen deed de deur van het slot.
‘Tot morgen’, groette Sonia.
‘Tot morgen. En succes met je moeder.’
Een moment keek ze Sonia na voordat ze de deur sloot. Op weg naar de trap werd er op de deur geklopt. Misschien dat Sonia iets vergeten was. Bij het teruglopen voelde een glimlach op haar gezicht komen. Ze opende de deur en zag de pizza bezorger voor haar staan, die automatisch met haar begon mee te lachen. Ze gaf hem twintig euro en liep met twee pizzas als gezelschap naar boven.