Lange schaduwen in het gele gras
“Lange schaduwen in het gele gras” is een roman uit 2025. Iedereen neemt iets uit het verleden mee, zelfs degenen die beweren dat zij in het heden leven, niet in de toekomst, en niet terugkijken naar het verleden. Daarbij slaat men voor het gemak over, dat het verleden van jou de mens heeft gemaakt die je in het heden bent en die jij meeneemt naar de toekomst.
Het verleden blijft als een schaduw aan jou plakken, hoe hoog je ook springt, hoe je ook door de nacht sluipt: de schaduw die met het passeren van jaren groeit, is altijd bij je.
Lange schaduwen in het gele gras is onderhevig aan copyright. ©Y Janssens
Lange schaduwen in het gele gras
NB De voorafgaande hoofdstukken staan op het volgende tabblad. Klik op het driehoekje naast "Lange schaduwen" hierboven.
40. Vita
Halverwege de nacht met een bonkend hoofd wakker geworden, was Vita na het innemen van twee paracetamollen terug naar bed gegaan. Voordat ze verder ging slapen, keek ze op haar telefoon. Mischa had nog niet op haar berichtje gereageerd. Straks nog eentje sturen: fijne vakantie, hoop dat je snel terug bent. Ondanks de hoofdpijn glimlachte ze bij de gedachte dat Mischa beloofd had dat alles na haar vakantie zou veranderen.
Het was licht toen ze voor de tweede maal wakker werd. Haar hoofdpijn was verdwenen en ondanks dat haar maag instabiel aanvoelde, wist ze dat een aantal gebakken eieren met worstjes nieuw leven zou inblazen. Ze deed haar badjas aan en ging de keuken in om een koekepan op het vuur te zetten. Eerst de worstjes, daarna de eitjes. Helaas waren er geen champignons om de maaltijd nog leuker te maken. Met een geroosterd broodje erbij at ze al staande in de keuken haar ontbijt.
Tijdens het pruttelen van het koffieapparaat keek ze naar buiten en was verrast een politiewagen te zien met een agent ernaast die naar haar huis keek. Voordat ze kans kreeg te bedenken wie van de buren iets had uitgevreten, werd er aangebeld. Automatisch wierp ze een blik op de klok. Net half tien. Voordat ze de deur opende, pakte ze haar telefoon en belde haar advocaat.
‘Er is iets aan de hand’, zei ze zonder verdere omwegen. ‘De politie staat bij mij aan de deur. Wat moet ik doen?’
‘Deur openen, beleefd blijven en op mij wachten.’
Pas hierna liep ze de keuken uit, de telefoon in een zak van haar ochtendjas duwend. Op het moment dat er weer werd gebeld, opende ze de deur.
‘Mevrouw Hartman’, groette Lianne haar. ‘Wij hebben een huiszoekingsbevel.’
Ze gaf het formulier dat Vita snel doornam. Met de wetenschap dat haar advocaat onderweg was en dat ze beleefd moest blijven, stapte ze opzij en liet haar binnen.
‘Ik ben net aan het ontbijt. Wilt u koffie?’
‘Nee, dank u.’
Achter hen wees Jamareon waar iedereen naartoe moest uitwaaieren en trok zelf handschoenen aan om de huiskamer te doorzoeken.
‘Wordt alles wel netjes teruggezet?’, vroeg Vita.
‘Dat kan ik helaas niet garanderen. Ik heb een paar vragen aan u.’
‘Moment.’ Ze at het restje ontbijt op, schonk koffie voor zichzelf in en ging naar de woonkamer. ‘Kan ik hier zitten?’, vroeg ze aan Jamareon die daar druk in de weer was.
Hij stopte zijn hand achter de kussens van de bank en eronder, knikte en ging verder met de kussens naast de hare.
‘Waar is dit allemaal voor?’
‘Klopt het dat u een motor heeft?’, vroeg Lianne, die geen zin had in een vraag en antwoord spelletje waarbij zij degene was die de antwoorden moest geven.
‘Ja’, zei ze na een slok koffie. ‘Die staat buiten, naast de veranda.’
‘Wanneer heeft u die voor het laatst gebruikt?’
‘Vorige week... nee, langer geleden zelfs. Toen de hitte pas begon. Ik kan daar slecht tegen en ben toen naar de kust gereden om uit te waaien.’
‘U kunt niet tegen de hitte maar bent wel naar Mexico gegaan?’, vroeg Laura met enige scepsis in haar stem.
‘Dat is een ander soort warmte. In Nederland is de warmte al gauw gelijk aan een Turks stoombad. Lekker als je in de sauna zit, maar niet voor in de tuin.’ Ze nam een slokje koffie en zei: ‘Ik beantwoord trouwens geen vragen meer totdat m’n advocaat er is.’
‘Prima.’
‘Jullie zitten al achter me aan sinds het moment dat die ene gast van Floor’s familie dood is gevonden. Ik ken die mensen niet maar volgens jullie ben ik degene die hem en die andere heeft doodgeschoten omdat ik lid ben van een schietvereniging.’
‘Ik was van mening dat u geen vragen meer zou beantwoorden’, merkte Lianne op.
‘Ik zeg alleen wat ik wil zeggen. Waarom gaan jullie niet op zoek naar de dader in plaats van mij lastig te blijven vallen?’
‘Rechercheur Singh?’, riep een politieman vanuit de hal.
Jamareon schoof de boeken terug en liep de woonkamer uit.
‘In een lopend onderzoek gaan wij alle mensen af die verbonden zijn met het slachtoffer’, lichtte Lianne haar in. ‘Niet specifiek alleen u. Kunt u ons vertellen waar u gisteravond was?’
‘Ik beantwoord geen vragen zonder mijn advocaat’, herhaalde Vita, de mok koffie tussen beide handen vasthoudend en demonstratief naar buiten starend.
‘Chef?’
Vanuit de hal wenkte Jamareon haar naderbij.
Terwijl de twee rechercheurs zich over een tas bogen, liep Vita’s advocaat achter hen langs naar binnen en nam in de stoel plaats die haaks op de rest van de meubels stond. Lianne had hem opgemerkt, zei iets tegen haar collega en ging terug de woonkamer in.
‘Rechercheur Boorman’, groette de advocaat haar met een knik.
‘Advocaat Van Gilzen’, groette ze terug. Met het vak dat beiden uitoefenden, kwamen zij elkaar al jarenlang met een zekere regelmaat tegen. ‘Is het in orde als ik uw cliënte een aantal vragen stel?’
‘Als het in belang is van een lopende zaak en geen ongepaste vragen zijn om een uitspraak uit te lokken, gaat uw gang.’
‘Mevrouw Hartman, waar was u gisteravond?’
‘Hier thuis met mijn vriendin.’
‘Welke vriendin? Dit is ter verificatie’, zei ze in een terzijde naar Van Gilzen, hoewel hij met niets meer reageerde dan haar aankijken.
‘Mischa Demmens.’
‘Is mevrouw Demmens heel de avond cq nacht hier geweest?’
‘Nee. Mischa is om ongeveer negen uur weggegaan.’
‘En wat heeft u na negen uur gedaan?’
‘Is dit van belang?’, vroeg de advocaat.
‘Dit is van belang en daarom stel ik deze vraag.’
Vita keek naar hem en zei na zijn instemmende knik:
‘Geen idee.’
‘U heeft er geen idee van wat u na het vertrek van mevrouw Demmens heeft gedaan?’, herhaalde Lianne om er zeker van te zijn.
‘Ik had teveel wijn op en ben dronken op de bank in slaap gevallen. Ergens in de nacht moest ik overgeven en ben daarna naar bed gegaan. Dus dat is wat ik na negen uur gisteravond heb gedaan.’
‘U bent dus niet om kwart voor tien op uw motor vertrokken?’
‘Voor zover ik weet, is mijn motor al een tijd niet gebruikt.’
‘Ik wil dit gesprek op het bureau voortzetten.’
Lianne stond op.
‘Op welk grond?’, vroeg advocaat Van Gilzen.
‘Er is een nieuwe ontwikkeling in deze zaak. Buren hebben gisteravond om kwart voor tien alsook na middernacht rond half éen de motor van uw cliënte respectievelijk horen vertrekken en horen terugkomen. Vanmorgen hebben wij de lichamen van Ruurd van Velzen en Annebel van Velzen dood aangetroffen in het huis van Ruurd van Velzen. Camera opnames toonden een vrouwenfiguur in een motorpak dat overeenkomt met het postuur van Vita Hartman. Wij arresteren haar op verdenking van moord op deze twee slachtoffers.’
‘Is dat niet een beetje dunnetjes, een vrouwenfiguur in een motorpak die misschien mijn cliënte kan zijn?’, vroeg hij met een kort lachje.
‘Niet als wij ook het moordwapen in dit huis hebben gevonden. Rechercheur Singh...?’
Jamareon deed de handboeien bij Vita om en las haar haar rechten voor waarna hij haar mee naar buiten begeleidde. Na een strakke blik op Lianne, stond ook de advocaat op en volgde hen. Het zou een lange dag worden.
*