Lange schaduwen in het gele gras
“Lange schaduwen in het gele gras” is een roman uit 2025. Iedereen neemt iets uit het verleden mee, zelfs degenen die beweren dat zij in het heden leven, niet in de toekomst, en niet terugkijken naar het verleden. Daarbij slaat men voor het gemak over, dat het verleden van jou de mens heeft gemaakt die je in het heden bent en die jij meeneemt naar de toekomst.
Het verleden blijft als een schaduw aan jou plakken, hoe hoog je ook springt, hoe je ook door de nacht sluipt: de schaduw die met het passeren van jaren groeit, is altijd bij je.
Lange schaduwen in het gele gras is onderhevig aan copyright. ©Y Janssens
Lange schaduwen in het gele gras
NB De voorafgaande hoofdstukken staan op het volgende tabblad. Klik op het driehoekje naast "Lange schaduwen" hierboven.
19. Harry
Harry hield de plastic zak voor Lianne op. De pijl die erin zat, was gecontroleerd op dna, vingerafdrukken en elk andere contaminatie die naar een mogelijke dader te herleiden was. Er was niets bruikbaars gevonden.
‘Ik kan nagaan waarvan deze afkomstig is’, zei hij, ‘maar vermoedelijk wil jij dat zelf doen.’
‘Dat vermoeden is juist’, bevestigde ze.
Het was laat in de avond. De meeste collegae waren naar huis gegaan. Harry en Lianne bleven achter. Eerder op de avond was Laura bij hen gebleven, maar ook zij was een uur geleden vertrokken. Lianne zelf gaf er eveneens de brui aan en zei:
‘Ik hou het voor gezien voor vandaag.’
Ze gaf de pijl terug met de mededeling dat zij die de volgende morgen kwam ophalen.
‘Heb je al gegeten?’, vroeg hij, de pijl in de kast leggend bij de andere spullen van Rutger.
‘Na die vliegenplaag van vandaag was mijn eetlust gauw verdwenen. Hoe noemde jij die nou?’
‘Muscidae.’
‘Voor wat voor reden dan ook, moest ik aan calendula denken.’
‘Ze klinken bijna hetzelfde als ze beiden hard voorbij rennen. Volgens mij ligt het aan het ritme van de klinkers.’
Hij waste zijn handen uitvoerig en bekeek zijn nagels.
‘Calendula is goed voor de huid’, zei hij, zijn druipende handen ophoudend: ‘goudsbloem.’
‘Ik geloof je direct. En nee, ik heb nog niet gegeten.’
Ondanks de vliegenplaag waarvan het gezoem nu nog door haar hersenpan klonk, merkte dat ze trek in eten begon te krijgen. Het was na negenen en op een kop koffie na, had ze vanaf het ontbijt niets meer genomen. Vandaar dat ze zich een beetje flauw voelde en kribbig, vooral kribbig. Zelfs kribbiger dan ze normaal gesproken was.
Rutger lag in de koeling. De volgende taak was zijn naaste familieleden erbij te zoeken. Van de Van Velzen kant was alles bekend, maar er scheen ook nog een dochter te zijn. En een dochter betekende dat er ergens ooit eens een partner in zijn leven was geweest, naar alle waarschijnlijkheid nu een ex partner. Op het woonadres was alleen Rutger zelf ingeschreven en dit was ook te zien aan de staat waarin de woning verkeerde, marginaal minder rommelig dan zijn atelier.
‘Er is hier vlakbij een Chinees’, zei Harry.
‘Die van op de hoek?’
‘Nee, die is niet zo geweldig, maar verderop in de straat zit een Indo-Chinees. De Indo rijsttafel voor twee is magnifique. Ik stel voor dat we onszelf daarmee verwennen.’
‘Is die tent nu nog open dan?’, vroeg ze verrast.
‘Tot tien uur. Tijd genoeg.’
Hij knipte het licht uit, deed de deur naar de kamer alsook de gangdeur op slot en gezamenlijk liepen ze naar buiten.
Na de warme dag was de zwoele avondlucht een welkome verademing. Met langzame passen kuierden ze in de richting van het restaurant. Harry keek naar boven. Het laatste sliertje rode avondlucht hing als een zweem tegen de sterrenhemel aan. Hij had trek in een biertje, een hapje eten en goed gezelschap. Éen van de drie was al voor elkaar, nu het biertje en het eten nog.
De rijsttafel was precies zoals hij het omschreven had: magnifique. Ze hadden veel te veel bijgerechten besteld maar het leuke hiervan was, dat ze van alles wat konden proeven.
‘Ik neem dit weleens bij de afhaal mee’, vertrouwde hij haar toe.
‘Zoveel voor jouzelf?’
‘Natuurlijk. Kan ik drie dagen mee doen en het verveelt nooit.’
‘Wilt u nog wat drinken?’, vroeg de eigenaar, de enige nog aanwezige van het personeel.
‘Kan dat nog?’, was Lianne’s wedervraag na een snelle blik op de klok.
‘Hetzelfde?’, vroeg de man als antwoord en verdween na hun bevestiging.
Hoewel hij vol zat nam Harry nog een lepel sambal goreng boontjes. Deze boontjes waren knapperig en vol van smaak. De enige poging die hij jaren geleden had gedaan om zelf dit gerecht te maken, was op niets uitgedraaid. De boontjes waren veel te zacht en de saus smaakloos. Waarschijnlijk lag dit aan de combinatie boontjes uit de pot en een kant en klaar sausje.
Hij knakte een boontje doormidden en vroeg:
‘Hoe bevalt Laura?’
‘Goed’, zei Lianne knikkend. ‘Heel goed. Ze heeft een goed hoofd op haar schouders en is heel erg schrander.’
‘Klopt het nou dat zij Kalder’s dochter is?’
‘Hoe weet jij dat?’, vroeg ze verrast.
‘Mensen praten nogal wat af.’
‘Jij zit heel de dag alleen maar dooien om je heen.’
‘Reken maar dat die ook geluid maken, maar ik zal je de details besparen en niet uit de doeken doen wat waar vandaan komt. Niet tijdens het eten in elk geval. Dank je.’
Hij knikte naar de gastheer die twee nieuwe biertjes op tafel zette.
‘Jullie kunnen het ook meenemen als je het niet op kan’, zei de jongeman.
‘Oh, dat zie ik wel zitten’, gaf Lianne toe nog voordat Harry kon reageren.
‘Geef maar een seintje als je klaar bent.’
‘Doen we.’
Ze schepte een klein hapje op haar bord en at verder.
‘Corrie van Velzen heeft contact opgenomen’, begon Harry, ‘om haar man te willen begraven.’
‘En?’
‘Ik heb toegezegd dat dit kan, maar nu met z’n broer naast ‘m in de koeling, zal ik eerst de overeenkomsten tussen hen nader moeten bekijken.’
‘Dus nog geen begrafenis, begrijp ik.’
‘Inderdaad. Als jij hier anders over denkt, laat het me weten. Wil je kroepoek?’
‘Is er nog wat emping? Ah, lekker. Ik wacht op jou.’
‘Dat zijn woorden die je dertig jaar geleden tegen mij had moeten zeggen.’
‘Dat soort zaken is niks voor mij.’
‘Dat begreep ik al heel snel. Zou jij contact met haar willen opnemen?’
‘Met Corrie bedoel je? Tuurlijk, zal ik doen.’
Tijdens het kraken van de kroepoek, nam ze de tijd om rond te kijken. Ze hield van sfeer die Aziatische restaurants uitstraalden. Niet die nieuwe, die fusion gevallen met alleen sushi en pietepeuterige porties rijst en bami, maar de restaurants van de eerste golf Chinezen die in de jaren '60 begonnen het westen te overspoelden, dat rood en goud en rijkelijk gevulde schalen met eten waarvan ze kon genieten. Hoewel dit restaurant van de derde generatie was en niet meer uit alleen maar goud en rood bestond maar een eigen identiteit had, was die puur Aziatische sfeer behouden gebleven.
‘We moeten dit vaker doen, Har’, zei ze in een opwelling.
‘Dooien vergelijken?’
‘Je weet wat ik bedoel.’
Hij grinnikte om haar reactie en zei:
‘Da’s een belofte waar ik je aan hou.’
Al heel lang had zij een speciale plek in zijn hart. Toen zij voor het eerst bij hem binnenstapte met die grote, vragende blik en in die tijd nog zo’n donkerrode bos met haar, was zij een verademing geweest. Nu haar haar grijzer was en het donkerrode lichter, mocht hij haar nog steeds, meer zelfs dan vroeger. Hij kende haar nu, wist hoe ze was, hoe ze zou reageren. Desondanks kon zij hem nog altijd verrassen, vooral met haar krasse uitspraken. Door de jaren heen was zij zijn het beste maatje geworden en hij hoopte dat hun vriendschap, ook nadat ze beiden hun loopbaan bij de politie hadden beëindigd, niet in de vergetelheid zou raken.
Na de maaltijd, beiden met een tasje vol bakjes, liepen ze terug naar het bureau.
‘Zal ik je naar huis brengen?’, vroeg ze, reikend naar het tasje op de passagiersstoel om een plek voor hem vrij te maken.
‘Het weer is te mooi om in een auto te zitten’, zei hij. ‘Ik ga er nog wat langer van genieten. Morgenochtend stap ik weer m’n kerker binnen en dan heb ik er spijt van als ik geen wandeling heb gemaakt.’
Hij boog zich voorover om haar door het raampje te kunnen aankijken.
‘Wel thuis en ik zie je morgenochtend weer.’
‘Welterusten, Har, en bedankt voor de heerlijke maaltijd.’
*
20. De pijl
‘Ik ga bij Corrie van Velzen langs’, zei Jamareon. ‘Neem Laura mee naar de schietvereniging.’
‘Dank je voor mijn dagindeling’, zei Lianne droogjes. ‘Dat voor Van Velzen kun je met een belletje afdoen.’
‘Ik weet het, maar er was iets in de kelderbox waar ik nog naar wil kijken. Ik weet verdomd niet meer wat het was dat me opviel, maar het speelt al dagenlang door m’n hoofd.’
‘Is het belangrijk?’
‘Dat weet ik juist niet, maar het zit me dwars. Daarom wil ik gaan kijken. Als jij het hiermee eens bent’, vulde hij tactisch aan, gevolgd door: ‘Chef.’
Ze keken elkaar aan. Lianne was dol op haar zwager, echter, op het werk was zij degene die aangaf wie wat ging doen en niet hij. Aan de andere kant was zijn opmerking over Laura meenemen goed bedoeld en niet iets waarover ze wilde bekvechten. Daar was de tijd te kostbaar voor en dat gebekvecht te kinderachtig.
Hij bleef afwachtend staan. Ze knikte en zei:
‘Akkoord. Laura, als jij de pijl bij Harry ophaalt dan rij ik de auto voor.’
Ze pakte haar jas en liep samen met Jamareon naar buiten.
‘Je bent blij met haar, hè?’, zei hij.
Het was niet werkelijk een vraag. Hij zag hoe zij met Laura omging.
‘Anders dan ik van zo’n jong ding verwacht, heeft ze d’r koppie bij zich', beaamde Lianne zijn stelling.
‘Jong ding? Ze is zevenentwintig.’
‘Op mijn leeftijd is iedereen onder de veertig een jong ding. Weet je dat Kalder haar vader is?’
‘Ja, dat hoorde ik toen hij net bij ons team kwam.’
‘Jij ook al?’, riep ze verbaasd uit. ‘Waarom weet iedereen het behalve ik?’
‘Vanwege jouw staat van dienst durven mensen jou niet direct aan te spreken.’
‘Dankjewel. Met staat van dienst bedoel je dat ik nurks op m’n collegae overkom en ze afsnauw als ze me lastig vallen.’
‘Precies, maar mijn bewoording klinkt aardiger.’
Met een zwaai liep hij van haar vandaan en kwam evensnel weer terug.
‘Voordat ik het vergeet: Ada heeft een bak stroganov voor jou meegegeven. Het staat in de koelkast, die bij het koffieapparaat.’
‘Ah, lekker. Ik heb nog voor twee dagen Indo eten bij mij thuis staan, maar een stroganov gaat er altijd in. Hou me op de hoogte als je vindt wat je zoekt bij de Van Velzens.’
‘Doe ik.’
Ze pakte de auto en pruttelde deze in een slakkegangetje naar de ingang van het bureau waar Laura op haar wachtte. Ze reden weg en zodra ze kon, draaide ze de ringweg op naar de rand van de stad waar de schietvereniging was. Amper een week geleden was ze daar laat in de avond geweest en het gebouw had er foeilelijk uit gezien. Hopelijk gaf het daglicht het iets meer leven.
Laura vroeg naar welke vereniging ze reden.
‘Uhm, staat het niet in de documentatie?’
Lianne kon zich de naam niet voor de geest halen. Laura bladerde snel door de papieren heen en schudde het hoofd.
‘Het was iets met kruis of kruislings... Ik heb een folder meegenomen maar die zal nog wel in de zak van m’n andere jas zitten.’
‘Kruizinga Kruisboog misschien?’, vroeg Laura.
‘Dat is ‘m.’
‘Oh, da’s leuk. Aart Kruizinga heeft die vereniging zeven jaar geleden overgenomen. Voorheen was het een sportschool, een wat luxere uitvoering dan waar die Jerommekes aan gewichten trekken. Je kon er namelijk ook leren schermen en golfen. En schieten, maar dan met geweren. Kleiduiven schieten onder andere.’
‘Je bent er goed van op de hoogte.’
‘Ik heb er jarenlang geschermd totdat Kruizinga het overnam. Een voorwaarde van de overname was dat het schermen en golfen moesten blijven. Dat stond niet op papier maar was een verbale afspraak. Mensen hebben geen boodschap meer aan verbale afspraken, blijkt, want het schermen bleef wel, maar van golf moest hij niet veel hebben.’
‘Verstandige man.’
Laura grinnikte en vervolgde:
‘Uiteindelijk is ook het schermen na anderhalf jaar in het verdomhoekje terecht gekomen. Toegegeven, het is een beetje een sport die aan de niche kant van de samenleving staat. Ik ben er ook weggegaan en train nu in een andere stad. Vreemd genoeg is die minder ver van waar ik nu woon, dus dat is in elk geval een meevaller. Voorheen was het een roteind fietsen.’
‘Je gaat fietsend naar een sportvereniging? Waarom moet je dan nog sporten?’
‘Schermen op de fiets is meer iets voor Cirque du Soleil dan voor mij.’
‘Ah. Touché.’
‘Hier naar links’, gaf ze aan. ‘Dat is makkelijker dan rechtdoor en je komt geen stoplichten tegen.’
‘Misschien voor fietsers...’
‘Nee, serieus. Als je over dit smalle pad gaat en dan rechtsaf slaat, wordt de weg meteen breder. Dat zie je hier vandaan niet vanwege de bomen, maar je mag daar met de auto komen. Bijna niemand weet het. Als fietser merk je nog weleens iets op.’
Lianne volgde haar aanwijzingen op en liet de auto over het grindpad hobbelen om daarna rechtsaf te slaan. Ze kwamen op een glad geplaveid wegdek terecht.
‘Hee, dat is mooi. Goed om te weten. Hoe lang scherm je eigenlijk al?’, vroeg ze toen.
‘Twintig jaar. Ik begon op m’n zevende. Het is de mooiste sport om te beoefenen.’
‘Je zult er wel soepel door worden. En bereik je nog een bepaald niveau in die sport, zoals je bijvoorbeeld in judo van die gekleurde banden hebt?’
‘Je kunt Olympisch kampioen worden, meer aandacht krijgen we in het algemeen niet. Maar we hebben geen kleurtjes of andere toeters en bellen. Ik heb wel een keer aan een kampioenschap meegedaan in de Lakenhalle van Gent in België. Dat is toch mooier dan Olympisch kampioen worden in mijn beleving.’
‘Oh, hoe dat zo?’
‘Dat is waar De Confrérie zit. Het zegt jou waarschijnlijk niks, maar dat is de oudste schermclub ter wereld.’
Laura’s gezicht straalde zodra ze over haar sport sprak. Schermen was van jongsaf aan haar passie. Wanneer zij een vrij moment had, was ze hiermee bezig.
‘Als je daar binnenkomt’, vervolgde ze, ‘proef je gewoonweg de sfeer van de zeventiende eeuw.’
‘Zo oud al?’
‘Degens waren er eerder dan geweren.’
‘Dat is waar’, gaf Lianne toe, keek op de kruising van links naar rechts en reed verder. ‘Op de éen of andere manier kan ik het me niet voorstellen dat een zevenjarig kind voor schermen kiest.’
Deze gedachte ging haar bevattingsvermogen te boven. Hockey of handbal kon ze begrijpen, maar schermen was letterlijk een hele andere tak van sport.
‘M’n ouders zagen dat ik aan de tv verslingerd was zodra er schermen getoond werd’, begon Laura haar uitleg. ‘Tijdens éen van die Spelen hebben ze me toen maar naar de sportschool gestuurd. Het is de beste duw en eentje in de juiste richting die ze mij ooit hebben gegeven.’
De blikken doos van het sportcomplex kwam in zicht. Lianne parkeerde de auto in het dichtsbijzijndste vak bij de deur en stapte uit. Ze bekeek het gebouw met hernieuwde aandacht en constateerde dat het daglicht geen verandering bracht in haar eerste indruk. Het was niet meer dan een pakhuis; een container met glazen deuren.
Laura hield de deur open en liet haar voorgaan. Achter de balie stond een vrouw op een computer te rammelen.
‘Zal ik het woord doen?’, vroeg Laura, de pijl ophoudend.
‘Da’s mijn makke’, antwoordde Lianne kordaat.
Zij was de chef, zij nam het woord, wilde de vragen stellen die bij haar brandden. Bij de balie aangekomen knikte ze de vrouw toe. Deze groette terug en liet haar blik langs haar heen op de jonge vrouw achter haar vallen. Meteen kwam er een brede glimlach tevoorschijn.
‘Hee, Laura, leuk jou weer eens te zien hier. Hoe is tie? Effies knuffelen, hoor.’
Ze schoof vanachter de balie vandaan en de twee vrouwen omhelsden elkaar.
‘Gut, wat leuk dat je er bent. We hebben je echt gemist.’
‘Ik train nu ergens anders, vanwege het schermen. Anders was ik hier gebleven.’
‘Begrijpelijk, toch? Maar dat doet er niet toe. Kom gewoon eens vaker langs, bakkie doen, effies beppen, toch?’
‘Ik zal er aan denken.’
‘Hoe gaat het verder met je? Je ziet er goed uit.’
‘Geweldig.’
‘Ik las dat je in België een wedstrijd had en ik zei nog tegen Aart: dat is onze Laura, zei ik. Ik zei dat ik trots voelde dat je bij ons hebt getraind, zei ik. Maar je komt waarschijnlijk niet om gezellig bij te praten’, merkte ze op na een snelle blik in de richting van Lianne.
‘Nee, helaas. Dat doen we een volgende keer wel.’
Laura wilde het zakje met de pijl aan Lianne geven, maar haar chef hield haar hand omhoog als in een overgave en zei dat zij zelf het woord moest doen. Laura kende de mensen hier en dit zou makkelijker zijn in de communicatie dan wanneer zij zich er mee ging bemoeien.
‘Kan ik iets voor jullie doen?’
‘Waarschijnlijk wel. Dit is mijn chef Lianne Boorman van de recherche. Lianne, dit is Adrienne.’
Lianne knikte ter bevestiging, vouwde de handen op de rug en wachtte af.
‘We vonden deze pijl op een plek waar een misdrijf is gepleegd en zouden graag meer informatie hierover willen krijgen. Soort, in welke boog wordt het gebruikt, is het een gangbaar iets...’
‘Ik mag ‘m zeker niet eruit halen?’, vroeg Adrienne terecht toen ze het zakje overnam. ‘'t Is goed; zo gaat het ook.’
Ze bekeek de pijl aandachtig. Ondanks het plastic was duidelijk te zien om wat voor soort het ging.
‘Het is een carbon 7,5 inch pijl. Dit soort pijlen zijn voor de Cobra systemen.’
‘Zoals de Adder?’, merkte Lianne op, die zich het gesprek met Aart goed kon herinneren.
‘Nee, niet voor de Adder. Het magazijn is daar niet op gebouwd. Je kunt aan de punt zien dat dit van een nieuwere versie Cobra is, de R9. Het is nog behoorlijk scherp. En licht. Ik vind ze prachtig.’
Ze liet het zakje op haar open hand liggen:
‘Licht, scherp en betrouwbaar. Als ik een misdrijf zou willen plegen, wat in geen geval zal gebeuren’, vulde ze snel aan, ‘dan zou ik zeker deze kiezen.’
‘Wordt de R9 veel gebruikt?’, vroeg Laura.
‘Niet bij ons. De meeste klanten lopen met het idee rond dat ze een soort Robin Hood zijn en houden het liever bij een pijl en boog. Een kruisboog, laat staan zo’n geavanceerde als de R9, wordt bij onze vereniging niet vaak gebruikt. We hebben er zelf wel eentje, hoor, mochten jullie ‘m willen zien.’
Zonder op een reactie te wachten, verdween ze naar achteren.
Laura bleef aan de balie wachten en Lianne bekeek de prijzenwand maar weer eens. De vorige keer in het kunstlicht, was het niet duidelijk te zien. Nu het buitenlicht door de grote ramen van de deur naar binnen viel, was alles duidelijker, de kleuren helderder.
‘Kijk eens, wat een mooitje...’
Adrienne legde alles van binnen naar buiten uit waarbij het magazijn, de stringstop, de red dot en de laser extra aandacht kregen, op verzoek van de twee politievrouwen.
‘Als jullie tijd hebben, kan ik jullie laten zien hoe het werkt.’
Gedrieën liepen ze naar de schietbaan. Adrienne toonde hoe makkelijk je als gebruiker de verschillende componenten in elkaar kon zetten.
‘Het magazijn kan zes pijlen dragen. Ik doe er maar vijf in voor nu. Het is handig om een beetje afstand te houden van mij. Veiligheid is alles in deze sport.’
Ze keek om zich heen om te peilen of de twee ver genoeg van haar waren verwijderd.
‘Klaar?’, vroeg ze toen. ‘De schijf staat op tien meter afstand.’
‘Ga je gang, Ad’, moedigde Laura haar aan.
Achter elkaar schoot ze de pijlen naar de schietschijf. Alle vijf pijlen wegschieten, nam niet meer dan drie seconden in beslag. Ze zette de veiligheidspal van de boog weer vast en drukte op de knop om de schietschijf naar zich toe te laten komen.
‘Ze zitten er diep in’, zei Lianne, aan de pijlen voelend die muurvast in de schijf zaten.
‘Bijna tot aan het gewichtje’, bevestigde Adrienne haar opmerking. ‘Als je de achterkant bekijkt...’
Ze tilde de schijf van het systeem af en draaide het om. De pijlen staken aan de achterkant met de punten naar buiten.
‘Je kunt je voorstellen wat voor rommel dit geeft als hiermee iemand wordt geraakt.’
‘Onvoorstelbaar’, merkte Laura op.
‘Da’s heel wat anders dan schermen, hè?’, lachte Adrienne.
Ze trok de pijlen eruit en vroeg of er nog iets was dat zij wilden weten. Laura keek naar haar chef.
‘Dit is wel duidelijk voor nu’, zei Lianne. ‘Als er nog vragen over zijn, nemen we contact op. Wel zou ik graag een afdruk van een foto willen hebben als dat mogelijk is.’
‘Van die we voor hebben hangen?
‘Ja.’
‘We hebben daar geen extra afdrukken van liggen, maar ik kan het wel door de printer laten gaan.’
Lianne wees aan welke foto ze bedoelde en liep een paar minuten later hiermee in de hand naar de auto. Vlak voor het instappen, pingde haar telefoon.
‘Ga jij maar rijden’, zei ze, haar iPhone pakkend.
‘Terug naar het station?’
‘Nee, wacht even...’ ze tikte een straatnaam op de autocomputer in en wees ernaar ‘…we gaan hier naartoe.’
‘Vanwege de foto?’
‘Vanwege de foto. Intussen lees ik wat Jama te vertellen heeft.’
*