Lange schaduwen in het gele gras

“Lange schaduwen in het gele gras” is een roman uit 2025. Iedereen neemt iets uit het verleden mee, zelfs degenen die beweren dat zij in het heden leven, niet in de toekomst, en niet terugkijken naar het verleden. Daarbij slaat men voor het gemak over, dat het verleden van jou de mens heeft gemaakt die je in het heden bent en die jij meeneemt naar de toekomst. 

Het verleden blijft als een schaduw aan jou plakken, hoe hoog je ook springt, hoe je ook door de nacht sluipt: de schaduw die met het passeren van jaren groeit, is altijd bij je.

Lange schaduwen in het gele gras is onderhevig aan copyright. ©Y Janssens

Lange schaduwen in het gele gras

 

NB De voorafgaande hoofdstukken staan op het volgende tabblad. Klik op het driehoekje naast "Lange schaduwen" hierboven.

31. Spijkers met koppen

 

‘...probeer ik zo zuinig mogelijk te leven’, zei Jamareon, ‘en dan hoor ik dat Ada in de badkamer haar tanden aan het poetsen is met de kraan open op boerderijmodus.’

‘Dan moet je er wat van zeggen’, merkte Laura op, een kersenpitje uit haar mond pakkend en een bundeltje met twee nieuwe kersen uit het open zakje pakkend.

‘Jij bent hier nog niet zo lang, hè? Zijn die kersen voor iedereen?’

‘Ga je gang.’

‘Heb jij Ada wel eens ontmoet?’, vroeg hij aan haar.

‘Die eer heb ik nog niet gehad.’

‘Vraag maar aan de chef hoe ze is.’

‘Regelt de chef jouw huwelijkse leven?’

‘Aangezien Ada haar zus is...’

Aan de korte kant van de tafel, starend naar zijn laptopscherm, grinnikte Philip hem toe, om daarna te vragen:

‘Poetst jouw vrouw de tanden met een electrische borstel?’

‘Nee. Hoezo?’

‘Als ze dat doet dan ben je pas echt zuinig bezig.’

‘Volgens mij is geen electrische tandenborstel gebruiken nog zuiniger’, meende Laura.

‘Klopt, maar met een electrische borstel gebruik je minder tandpasta.’

‘Als je een klein tuutje op je niet electrische borstel doet, creëer je hetzelfde effect.’

‘Het mooiste is’, vervolgde Jamareon zijn beklag over Ada’s spilzucht, ‘dat wanneer ze mijn voetstappen in de gang hoort, de kraan onmiddellijk wordt dichtgedraaid. En dan kijk ze me via de spiegel aan met van die hertenogen alsof ik de boosdoener ben.’

Laura lachte; dit gedrag was heel herkenbaar voor haar, alleen was zijzelf de Ada in haar huishouden.

‘Wist je dat het ook beter is de tandpasta na het poetsen niet weg te gorgelen maar te laten zitten?’, merkte Philip op, voor wie tandenpoetsen een fascinerend onderwerp bleek te zijn. 

‘Oh gut, welk lab heeft dit onderzoek weer eens uitgedacht? Is dat hetzelfde lab waarin koffie danwel ja, nee, of misschien goed of slecht is voor het hart, de spieren, de cholesterol?’

‘Dat van het tandenpoetsen is werkelijk waar. Als je de tandpasta eruit gorgelt, spoel je meteen ook al het goede weg dat de tandpasta heeft gedaan.’

‘Werkelijk?’, vroeg Jamareon.

‘Werkelijk’, bevestigde Laura hem, heftig knikkend. ‘Daarom stap ik na het inzepen ook meteen uit de douche. Het is wat plakkerig, maar anders wordt het goede van de zeep weggespoeld en heeft het geen effect op m’n lichaam. En dat willen we niet, Jama.’

‘Zo bedoel ik dat niet’, zei Philip. ‘Met tandpasta werkt het anders.’

‘Die mooie opt out: het is altijd anders. Maar weet je wat het grappige is nu ik m’n zeep niet meer afspoel?’, vervolgde Laura, ‘Als ik nu met m’n blote kont over de reling van het balkon hang, kan ik voor heel de buurt bellen blazen. En op zaterdagavond maak ik het voor iedereen nog feestelijker door uit m’n frontje pingpong ballen in het rond te schieten. Patjieuw door het huis, proberen de espresso kopjes te raken.’ 

De twee mannen schoten in de lach. 

‘En dat allemaal terwijl ik met m’n sabel denkbeeldige ridders probeer af te weren omdat een damsel uit de ivoren toren gered moet worden.’

‘Goedemorgen, allemaal.’ 

Lianne sloot de deur achter zich en klopte een Jamareon op de rug, bij wie het lachen in een hoestbui veranderd was. 

‘Heb je een koutje opgelopen?’, vroeg ze bezorgd.

Hij schudde het hoofd maar kon nog niets zeggen.

‘Misschien met z’n blote bips bovenop de lakentjes gelegen’, zei Laura tegen haar chef.

Het hoesten van Jamareon werd luider. Hij verdween snel de kamer uit om op het toilet bij te komen.

‘Ik mis alle beste momenten zo te zien’, merkte Lianne op. 

Ze keek naar Laura, die met de achterkant van een potlood ritmisch op de tafel tikte en terugkeek met een onnozele blik, en van haar naar Philip met het hoofd verstopt achter de klep van zijn laptop. Ze nam zich meteen voor hier niet mee te bemoeien, wat het ook was waarmee ze zich niet wilde bemoeien, en zette haar kartonnen beker koffie op tafel. Ze had deze weer eens bij de koffiebar aan de overkant van de straat gehaald, betaalde er veel te veel voor, maar het was lekkerder en zonder residu van de bak koffie die haar voorganger uit de automaat in de gang rukte.

‘Wat ben je laat, chef’, merkte Laura op.

‘Is Phil in orde?’

‘Flip is heel de morgen al zo. Mannen, hè?’

‘Ik ben iets later omdat ik de kinderen eerst naar school moest brengen.’

‘Uhm, okee…’, zei Laura, verward en vooral verbaasd dat haar bijna met pensioen gaande chef kinderen van schoolgaande leeftijd had.

‘Zodra Jama er is, beginnen we. Een korte bijpraatsessie, meer tijd hebben we niet. We moeten spijkers met koppen slaan.’

‘Zo te horen ben je eerst bij de grote baas binnen geweest.’

‘Klopt. Maar hij heeft gelijk. We doen ons best maar komen niet verder. Het lijkt alsof we in cirkels lopen.’

‘Wie?’, vroeg Jamareon bij binnenkomst.

‘Jij, Laura, Phil, ik. Gezamenlijk hebben we heel wat jaren ervaring bij elkaar. Maken we daar goed gebruik van?’

‘Waarschijnlijk niet’, opperde Laura bij het zien dat Lianne op een reactie wachtte.

‘Dat is het juiste antwoord. Jama: neem iemand mee naar Bobby, die zoon van Cor en daarna ga je naar Marco. Zo heet die andere zoon, geloof ik. Ga echte vragen stellen hoe de onderlinge relaties in die familie waren.’

‘Ga je mee, Lau?’

‘Nee, Laura gaat met mij mee. Neem Paula mee. Phil, jij blijft hier en pluist alles uit wat er in hemelsnaam met die familie aan de hand is.’

‘Dat heb...’

‘En niet zeggen dat je dat al gedaan hebt’, onderbrak ze hem direct. ‘Er valt altijd meer te weten te komen. Als iedereen zo onschuldig is als ze zeggen, als iedereen zo zonder vijanden is als ze zeggen, als iedereen van ons dit alles voor zoete koek aanneemt, zitten wij over twee weken zonder werk. Nou zal dat mij een rotzorg zijn, want over minder dan een half jaar ben ik hier toch weg. Maar ik laat me niet wegsturen vanwege een zaak waaraan we al een paar weken bezig zijn, die twee lijken heeft gebracht en waarin iedereen onschuldig is. Heel die familie doet zich voor alsof ze met hun zondagse kloffie zedig in de kerk zitten...’

‘Zo heel onschuldig is dat niet met de staat van de gristenen tegenwoordig’, mompelde Laura voor zich uit.

‘...want er zitten rotte appels tussen; zure, rotte appels. Je wordt niet zomaar doodgeschoten omdat je een zuiver leven hebt geleden.’

‘Gisteren tijdens de begrafenissen heb ik iedereen geobserveerd maar niets ontdekt’, zei Laura, duidelijker nu. ‘Iedereen scheen er te zijn.’

‘Wie was er niet?’

‘De dochter van Rutger was de grote afwezige, maar haar moeder, Rutger’s ex partner, was er wel bij. De zus was er met aanhang, waaronder haar dochter, en die Ruurd en Adriana waren er eveneens met hun kinderen. Da’s lijkt me een leuk stel.’

‘Ja, zo zie je maar dat je door die schijn moet heenprikken’, zei Lianne tegen haar en keek rond, de mannen meenemend in het gesprek: ‘Ruurd mishandelt zijn vrouw. Ze is als de dood voor hem. Dus dat leuke stel, zoals jij ze noemt, is zo leuk nog niet. Dit soort informatie vind je niet op het net, merk je niet op als je twee minuten met hen praat waarin iedereen de schijn ophoudt, dat bekende “wat zullen de buren er niet van zeggen” larie. Ondervraag die mensen totdat ze iets laten ontglippen, neem ze mee in een verhaal en laat ze praten. Des te meer er gepraat wordt, des te meer fouten er worden gemaakt.’

‘Zou een reden voor Adriana kunnen zijn die broers om te brengen en Ruurd als het volgend slachtoffer te projecteren zodat het op een familiemoord lijkt?’, bedacht Laura hardop. ‘Al die moorden kunnen als doel hebben om het slachtoffer waarom het gaat te maskeren, weg te moffelen in het grote geheel.’

‘De ABC Moorden’, zei Lianne, het idee hebbend dat ze dit al eerder had genoemd.

‘Dat lijkt me sterk’, merkte Jamareon op.

‘Nee, nee, die kant gaan we niet op, Jama’, zei ze meteen, een stop-hand naar hem ophoudend. ‘Dit is de eerste goede suggestie die ik heb gehoord. Niet meteen nee zeggen en het onderzoek stoppen nog voordat het op gang is gekomen. We gaan nu alle mogelijke wegen aflopen waaraan we niet direct gedacht hebben. Phil, ga nog eens alle straatcameras af waar de tegenwoordige mens zoveel geld aan uitgeeft. Elk detail, al steekt er maar een kat over, wordt genoteerd. En jij met mij mee.’

Ze pakte haar koffie van tafel en liep de kamer uit. Laura stond vliegensvlug op. Dit was dus de Lianne waar de afdeling haar voor had gewaarschuwd en waar iedereen voor weg dook. Ze griste haar jasje van haar stoel en nam een paar snelle passen om haar chef bij te houden.

Op de parkeerplaats stapte Lianne aan de passagierskant in en ging zitten. 

‘Waar naartoe?’, vroeg Laura.

‘We gaan een agent bezoeken. Het adres staat al in de computer.’ 

Ze nam een slok koffie en leunde comfortabel achterover. 

‘Rij.’

*

32. Vita 

 

‘Heb je iets te doen in de lunchpauze?’, vroeg Vita.

Mischa keek verward op van de stapel boeken die zij aan het uitzoeken was. Ze was in een hele andere wereld en moest zichzelf terugbrengen naar het heden. 

Met het licht achter Vita en haar haardos wild om haar heen springend, zag ze eruit als een zangeres uit de jaren ’80 die een comeback wilde maken maar niet met de tijd was meegegaan.

‘Nee’, antwoordde ze. ‘Nee, totaal niks.’

‘Zullen we samen gaan eten?’

‘’s Goed. Maar wel iets verstandigs.', zei ze, op haar buik kloppend. ‘Ik moet dit in bedwang houden.’

‘Er is niets mis met jouw lichaam’, merkte Vita op. ‘Integendeel, zelfs.’

Glimlachend verdween ze naar haar eigen werkplek.

Na die onaangename aanvaring van pas geleden, zoals zij het meningsverschil noemde tussen haar en Mischa, waren ze niet meer samen gaan lunchen. Ze miste dit, ze miste Mischa, en wilde het voorval niet tussen hen in laten broeien totdat het iets onoverkomelijks werd waardoor ze elkaar zouden blijven ontwijken. Tegenwoordig zaten ze af en toe naast elkaar op het bankje, maar dat hield weinig in. Het was louter ongemakkelijk vanwege dat wat onuitgesproken was, tussen hen bleef hangen.

De afgelopen tijd was niet de beste in haar bestaan geweest. Ze was meegenomen door de politie, beschuldigd van iets waarvan ze louter op de hoogte was door wat er in het nieuws stond. En daar bovenop dat zwijgzame van Mischa, maakte voor haar het leven niet aangenaam. Zij mocht geen invloed kunnen uitoefenen op wat de politie dan ook van plan was met haar, waar wat ze wel zelf wel in de hand had, was Mischa weer in haar leven krijgen.

‘Ze hebben daar goede salades’, zei ze toen ze buiten liepen, doelend op een restaurantje niet ver van het werk vandaan. 

‘We kunnen ook naar De Val gaan’, merkte Mischa op, een bar iets verderop noemend. ‘Het eten daar is geweldig sinds er een nieuwe eigenaar is.’

‘Okee, wat jij wenst.’

De zon brandde op hun armen. De schaduw van huizen bracht enigszins verlichting.

Het terras bij De Val lag in de schaduwzijde en zat daarom bomvol. Mensen genoten van het weer met een drankje in het gezelschap van anderen. Binnen was het rustiger en meteen ook een stuk koeler. Ze pakten een tafel van de ramen vandaan en bekeken het menu. Mischa’s ogen doorliepen de dranklijst, terwijl Vita over het menu heen haar bekeek. Toen Mischa’s blik onverwacht omhoog ging en op haar bleef rusten, voelde Vita hoe haar gezicht kleuren. Begin veertig en nog steeds blozend onder de onderzoekende en vooral geamuseerde blik van die ongrijpbare vrouw tegenover haar. Ze begreep dat het geen zin om te doen alsof ze het menu las en legde het plat op tafel.

‘Sorry voor de ongevoelige manier waarop ik uhm…’, begon ze, ‘waarop ik jou probeerde over te halen om, nou ja, je begrijpt wat ik bedoel. Toch?’

‘’t Is in orde, Viet’, zei Mischa en boog zich voorover om een kneepje in haar hand te geven. ‘We waren allebei een beetje van de leg.’

‘Jouw conclusie dat ik alleen heb gewacht totdat Floor uit m’n leven was voordat ik met jou wil omgaan, is niet waar. Althans, niet helemaal.’

‘Iets drinken?’, vroeg de serveerster.

‘Geef mij maar een Fanta.’

‘Ik ook.’ 

Vita wachtte totdat ze weer alleen waren en vervolgde:

‘Ik zat tussen twee werelden in. Ik kon Floor niet zomaar dumpen; dat had zij niet verdiend, werkelijk waar. Toegegeven: het was inderdaad zoals je zei: zo’n luizenleventje met haar voelde heel aangenaam, maar ik moest er wel wat voor over hebben. Ze hoefde niets te doen, in huis niet en op reis niet. Ik was een soort veredelde huishoudster’, zei ze met een kort trekje van de schouders. ‘Hiermee doe ik Floor tekort, ik weet het, maar ik kan niet op m’n tenen blijven lopen en elk woord afwegen. Ik dacht dat jij en ik dat niet nodig hadden… hebben.’

‘Klopt. Ik ben ook overgevoelig geweest, zout op elke woordslak leggend.’

‘Dat zou een uitdrukking van Floor kunnen zijn’, grinnikte Vita.

‘Ik ben in de afgelopen weken begonnen ben met het lezen van haar werk.’

‘Werkelijk? Da’s niks voor jou, dat genre. Bevalt het?’

‘Mmh, ja. Ze schrijft best aardig.’

‘En dat voor iemand die alleen in wetenschappelijk boeken is geïnteresseerd...’

‘Ik deed het voor jou.’

Mischa’s opmerking ontroerde Vita meer dan ze wilde bekennen. Ze concentreerde zich nogmaals op het menu om niet te hoeven tonen hoezeer deze woorden haar geraakt hadden.

De serveerster bracht de frisdranken naar hun tafel en vroeg of ze wilden bestellen. Mischa nam een Griekse salade en hoewel Vita’s blik bleef hangen op de bruine bammetjes met kroketten en mosterd, opteerde ze voor de Italiaanse salade. Ze kon straks altijd nog langs de frieterie gaan als de trek in een kroketje niet verdween.

‘Zullen we samen weer eens wat doen?’, stelde Mischa voor.

‘We kunnen op vakantie gaan.’ 

Het kon nooit kwaad om dit te proberen, was de premisse waarvan Vita uitging. Misschien stemde ze hiermee eindelijk eens in.

‘’t Is per slot van rekening zomer’, vervolgde ze. ‘Iedereen gaat het land uit.’

‘Wat had je in gedachten?’

‘Uhm, Turkije? Of Griekenland. Dan kun je daar de salades eten.’

‘Ik ga binnenkort al naar Griekenland.’

‘Oh?’

‘Da’s een langlopende afspraak die ik met een paar vrienden uit het leger heb. Éen keer per jaar ontmoeten we elkaar om een beetje bij te praten en te paragliden. Da’s in Griekenland zo mooi omdat je daar Europa, Afrika, het Midden Oosten en Oost Europa bij elkaar hebt. Dat heeft iets poëtisch. Maar we kunnen wel alvast een keertje uit eten gaan voordat ik wegga.’

‘Of je kunt bij mij komen eten’, stelde Vita voor.

‘Dat lijkt me zeker leuk; leuker dan een restaurant.’

‘Dit weekend?’

‘Nee. Dit weekend ga ik naar m’n moeder toe. Da’s een vast iets geworden voordat ik op vakantie ga. Dat is vanaf vroeger af aan al en begon toen ik mijn eerste  missie naar het buitenland had: eerst bij m’n moeder langs voor het geval er iets gebeurt. Dit laatste zijn haar woorden. Maar als jij aanstaande dinsdag kan...’

‘Prima.’ 

Al had Mischa voorgesteld om half drie in de nacht van zondag op maandag een hapje te komen eten, had Vita er nog mee ingestemd. 

‘Heb je voorkeur voor iets?’, vroeg ze.

‘Verras me maar.’

*